27 februari 2019

Op 16 februari 2019 heeft de Rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2019:1314) geoordeeld dat de omgevingsvergunning voor het bouwen van 5 windturbines inclusief bijbehorende voorzieningen in het buitengebied van Egchel-Panningen-Beringe in de nabijheid van de Haambergweg in de gemeente Peel en Maas in stand kan blijven. Tegen deze vergunning hadden verschillende omwonenden beroep aangetekend. Hun beroepen zijn ongegrond verklaard. Een beroep was niet-ontvankelijk. Het Windpark Egchelse Heide zal in de gemeente Peel en Maas ongeveer 75% van het particuliere stroomverbruik opwekken.

Eisers hebben zich in beroep onder meer op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening, maar de rechtbank volgt hen hierin niet. Hierbij heeft de rechtbank de ruimtelijke onderbouwing en de daarbij behorende deskundigenrapporten in aanmerking genomen. Ook heeft de rechtbank haar uitspraak gebaseerd op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het gebied, van (laagfrequent) geluid, gezondheid, trilling en slagschaduw in relatie tot windturbines.

Een interessant aspect in deze uitspraak is het bestaande windpark Neer op een afstand van ongeveer 900 meter van het Windpark Egchelse Heide. Met dit windpark is rekening gehouden. Zo is in de aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Windpark Egchelse Heide ingegaan op de mogelijk cumulatieve effecten met het windpark Neer. Ook bij het beoordelen van de landschappelijke gevolgen en inpassing is het windpark Neer beschouwd. In het onderzoek slagschaduw is de cumulatieve slagschaduw (met windpark Neer) beschouwd en vastgelegd dat op grond van de berekening daarvan de stilstandvoorziening wordt ingesteld. Op deze wijze wordt voldaan aan de normen uit de Activiteitenregeling
Ook in het akoestisch onderzoek is de cumulatie met windpark Neer beoordeeld. Geoordeeld is dat wat betreft de woningen van eisers ook na cumulatie aan de normen 47 dB Lden en 41 dB Lnight uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Verder oordeelt de rechtbank dat het relativiteitsvereiste zich verzet tegen een inhoudelijke beoordeling van het beroep dat deze normen bij andere woningen eventueel zouden worden overschreden.

 

Erik Verbeet, Rechtsom Juristen B.V.
+31(0)6 294 298 17